Op 10 dagen tijd werden in Peking twee musea heropend: Het ‘Museum voor Wetenschap en Technologie’ kreeg een nieuwe locatie nabij het Vogelnest, terwijl het ‘Nationaal Museum van China’ op het Tiananmenplein een renovatie onderging waarvan nu het eerste deel af is.
De gebouwen van het Nationaal Museum dateren uit 1959 en bestonden tot 2003 uit twee afzonderlijke musea: het ‘Museum van de Chinese Revolutie’ in de noordelijke vleugel en het ‘Nationaal Museum van de Chinese geschiedenis’ in de zuidelijke. Het geheel werd opgetrokken ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Volksrepubliek, rechtover de ‘Grote Hal van het Volk’, en telt vier verdiepingen met een lengte van 313 m op een breedte van 149 m. De musea hebben meer dan 620.000 objecten, waarvan er duizend worden tentoongesteld.
Het Museum van de Chinese Geschiedenis toont drie perioden: de primitieve maatschappij tot 4000 vC; de slavenmaatschappij tot 475 vC en de feodale maatschappij tot 1911. Het Museum van de Chinese revolutie beklemtoont de geschiedenis van de laatste 150 jaar en is ook onderverdeeld in 3 delen: de oude democratische revolutie van 1840 tot 1911. De nieuwe democratische revolutie gaat van 1911 tot 1949, en het derde deel over de periode na 1949. De renovatie van het museum startte in 2007. Een gedeelte is nu opnieuw open en de rest volgt tijdens het tweede semester van 2010. Dan wordt de omvang van de expositieruimte meer dan het dubbele van voor 2007.
Volledig nieuwe gebouwen zijn er voor de collectie van het ‘Chinees Wetenschaps- en Technologiemuseum’. Het museum bevindt zich nu op 48.000 m², ten noorden van het Vogelnest. Het kostenplaatje van de nieuwbouw bedraagt 2 miljard yuan. De voorloper
