Hoe westerse media ons denken over China proberen te manipuleren. Opinie

Trouwe lezers van deze site kunnen het zich wellicht niet of nauwelijks voorstellen, maar de overgrote meerderheid van de Europeanen zijn voor hun kennis van China afhankelijk van de reguliere media. Daarin wordt China vrijwel altijd negatief beschreven. Vaak gebeurt dat direct, maar evenzo vaak doen zij dat via slinkse taaltrucs. In dit artikel een analyse van de meest gebruikte.

Universalistische vs particularistische culturen; foto THT (disclaimer)

Culturele dimensies

Dit artikel maakt gebruik van het 7-Dimension (7-D) model van nationale cultuur, ontwikkeld door Fons Trompenaars en Charles Hampden-Turner. Deze twee managementadviseurs identificeerden de zeven dimensies van cultuur en het model werd gepubliceerd in hun boek uit 1997, ‘Riding the Waves of Culture‘. Ze ontwikkelden het model nadat ze tien jaar hadden besteed aan het onderzoeken van de voorkeuren en waarden van mensen in tientallen culturen over de hele wereld, waarbij ze een groot aantal mensen uit verschillende culturen vroegen een vragenlijst in te vullen.

Ze ontdekten dat mensen uit verschillende culturen niet alleen willekeurig van elkaar verschillen; ze verschillen op zeer specifieke, zelfs voorspelbare manieren. Dit komt omdat elke cultuur zijn eigen manier van denken heeft, gebaseerd op zijn eigen set culturele waarden.

Onlangs zijn Trompenaars en Hampden-Turner en hun netwerk van wetenschappers begonnen het model toe te passen op andere gebieden dan het bedrijfsleven. De auteur van dit artikel, redacteur van China Square en associate van de Transnational Foundation for Peace & Future Research, werkt al meer dan twee decennia met Fons Trompenaars samen en heeft lezingen gegeven en artikelen gepubliceerd over de toepassing van het model op het gebied van de politieke organisatie van naties, zoals vormen van democratie.

In 2021 publiceerden Hampden-Turner, Peverelli en Trompenaars een uitgebreide analyse van de Chinese cultuur met behulp van dit model: Has China Devised a Superior Path to Wealth Creation? The Role of Secular Values.

Extremisme

Nadenken over cultuur in termen van dimensies helpt om de aard van (vele vormen van) extremisme te begrijpen. Culturen die een positie innemen dicht bij een van de uiteinden van een dimensie, kunnen gemakkelijk andere manieren om de wereld te begrijpen uit het oog verliezen. Een van de dimensie is Individualistisch – Communautair. De Chinese cultuur is sterk communautair, terwijl de meeste westerse landen sterk individualistisch zijn. De Chinese Culturele Revolutie kan worden beschouwd als een periode waarin het collectivisme zo extreem werd, dat er voor het individu te weinig overbleef om zich te ontwikkelen. Dit verklaart waarom de Culturele Revolutie niet erg lang heeft geduurd en geen blijvende indruk heeft achtergelaten op Chinese culturele waarden.

Universalistisch – Particularistisch

Dit artikel steunt vooral op de culturele dimensie universalisme – particularisme (zie illustratie). Deze dimensie meet of mensen in een cultuur meer gericht zijn op universele wetten of uitzonderlijke omstandigheden. Respondenten wordt gevraagd zich voor te stellen dat ze een passagier zijn in een auto die wordt bestuurd door een beste vriend die de snelheidslimiet overschrijdt en daarbij een voetganger raakt. De vriend wordt voor de rechter gebracht waar de vriend de enige getuige is. Welk recht of welke reden heeft de bestuurder om de steun van de vriend te verwachten? Dit dilemma zet de waarde van een universele wet die een waarheidsgetrouwe getuigenis in een rechtbank vereist, tegenover vriendschap en uitzonderlijke verplichting jegens een bepaalde vriend. Welke kant van dit dilemma kies jij? De scores van diverse landen zijn af te lezen op de site van Trompenaars – Hampden-Turner (met toestemming van de auteurs). Hoe donkerder de kleur, des te universalistischer de natie. De U-P-score wordt uiteraard niet bepaald door dit ene dilemma.

Uitgerust met dit inzicht, kunnen we zien dat het idee dat er een ‘op regels gebaseerde wereld’ bestaat waar de mensheid naar zou moeten streven, een westers concept is dat geworteld is in universalistische culturele waarden.

Bovendien zijn de media, internationale organisaties en NGO’s die deelnemen aan de China-bashing ook gevestigd in deze landen. Deze bevindingen zetten een groot vraagteken achter het mondiale karakter van zelfs de VN en al haar dochterorganisaties. De nooit eindigende gevechten tussen westerse en niet-westerse landen over schendingen van, bijvoorbeeld, de WTO-regels zijn ook typisch het gevolg van het verschil in de perceptie van regels tussen universalistische en particularistische naties. Deze conflicten kunnen niet via de rechtbank worden beslecht, maar moeten elke keer door middel van onderhandelingen worden verzoend.

Het alternatief voor een op regels gebaseerde wereld – een multipolaire wereld – kan ook beter worden gedefinieerd met behulp van het 7-D-model. Culturele waarden, uitgedrukt als percentages van een natie (of een groep naties) op elke dimensie, moeten de basis zijn voor natievorming. Verschillende waarden zullen resulteren in verschillende manieren om een natie te organiseren, verschillende percepties van goed en kwaad, rechten en plichten, enz. In feite is een ‘pool’ in dit concept een reeks culturele waarden.

Neiging tot fixatie

Sterk universalistische culturen hebben een neiging tot fixatie. Zodra een zekere mate van consensus is bereikt over een bepaald onderwerp, hebben universalisten de neiging om de discussies als gesloten te verkondigen en de communis opinio als de enige universele waarheid vast te leggen.

Het verhaal over de ‘genocide op de Oeigoeren’ is een typisch voorbeeld van een dergelijk proces. Het idee werd gelanceerd en toen het eenmaal door een kritische massa was geaccepteerd, werd het een feit dat niet hoefde te worden bevestigd en niet opnieuw mocht worden besproken, zelfs als er nieuwe feiten naar buiten kwamen. Dit verklaart waarom redacteuren van grote dagbladen en andere media geen ruimte geven voor dergelijke discussies. Het lanceren van het rookgordijn (zie boven) was een opzettelijke politieke daad, maar het proces van accepteren en fixeren was (deels) een cultureel proces.

Patroon 1: Woordkeuze

Regime

In de westerse pers heeft China geen regering, maar een regime. Het gebruik van dit soort termen is zo goed ingeburgerd dat bijna niemand er meer aan denkt. We vergeten dat deze term verwijst naar een regering die niet tot stand is gekomen door verkiezingen zoals die in westerse landen. Het kiezen van parlementen en regeringen is een ‘regel’ gemaakt en is sindsdien op wereldschaal afgedwongen als de maatstaf van ‘democratie’.

De term regime is daarom een symbool van westerse arrogantie en neokolonialisme. Met arrogantie bedoelen we het idee dat de westerse manier van burgerlijk bestuur de enige juiste is en dat afwijkende manieren van ontwikkeling van de natie minder goed of slecht zijn. Dit wordt een hot topic, aangezien de Chinese regering het streven naar een multipolaire wereld in het buitenlands beleid heeft opgenomen.

Het feit is dat er meer manieren zijn om een democratie te vestigen, elk met zijn eigen voor- en nadelen. Naties moeten hun eigen keuze maken op basis van hun eigen cultuur, historische en geografische achtergrond, enz. China is ook een democratie; op zijn eigen manier. Dus China heeft gewoon een regering.

Het gebruik van dat woord sluit een kritische discussie over de situatie in China niet uit.

Macht

Macht is een ongrijpbaar concept. Een van de definities is: ‘de invloed die een persoon, bedrijf of organisatie heeft op het gedrag van anderen.’ In de context van China verwijzen onze media voornamelijk naar de macht van de staat, waarvan wordt gedacht dat deze daar veel groter is dan in de westerse landen. De Communistische Partij wordt ook begiftigd met bijna absolute macht in onze media (zie het volgende item)

In de dagelijkse gesprekken tussen de burgers van onze landen over de macht van onze regeringen, krijg je een andere indruk. Adam Smith bedacht de term ‘de onzichtbare hand’ voor de indirecte manipulatie door de overheid. Toegepast op de multipolaire wereld kunnen we zeggen dat deze onzichtbare (in de praktijk zou ‘minder zichtbare’ beter zijn) hand voor geldt voor de westerse wereld en dat in de meeste niet-westerse landen de hand van de staat veel zichtbaarder is. Het concept van de (on)zichtbare hand is niet hetzelfde als macht, maar blijkbaar is dat een stap te ver voor de meeste westerse journalisten.

Ronduit irritant is het gebruik van de term macht in de berichtgeving over de huidige president Xi Jinping. Media melden regelmatig dat ‘Xi nu alle macht heeft.’ Dat weerhoudt dezelfde journalist er echter niet van om een paar dagen later te melden dat ‘Xi nog meer macht heeft gegrepen.’ Dit is alleen logisch als iemand in China meer macht had gecreëerd, die Xi vervolgens afgepakt heeft.

De Partij

Over ongrijpbaarheid gesproken, de Communistische Partij van China, of gewoon de Partij, komt in bijna elk media-artikel over China voor. Helaas dragen deze artikelen nauwelijks bij aan het begrip van de aard en de maatschappelijke rol van de Partij. De basisreden voor deze perceptie is dat westerlingen opnieuw hun eigen versteende concept van de juiste manier om politiek te organiseren als de wereldwijde maatstaf nemen. Een westerse politieke partij vertegenwoordigt een deel van de burgers met vergelijkbare ideeën over een specifieke reeks politieke kwesties. Door middel van reguliere verkiezingen proberen burgers hun invloed in de samenleving te maximaliseren de partij van hun voorkeur zetels in het parlement, gemeenteraden, enz., te bezorgen.

Het onvermogen om andere mogelijke manieren om de politiek te organiseren te zien zorgt ervoor dat westerse media naar China blijven verwijzen als een eenpartijstaat, wat impliceert dat slechts één groep burgers de kans heeft om hun ideeën af te dwingen.

Afstand

Culturele diversiteit is de kern van ons concept van de multipolaire wereld. Een grote bonus van het 7-D-model is dat we letterlijk de afstand tussen elke set culturen kunnen berekenen. In onze perceptie zijn diverse culturele waarden weliswaar verschillend maar toch gelijkwaardig. Westerse media rapporteren over de politieke situatie in elk niet-westers land in termen van afstand tot de westerse benchmark. Dit leidt tot uitingen dat een land als China ‘nog een lange weg te gaan heeft’ op welk gebied dan ook. Deze formulering is op twee manieren problematisch: het neemt een bepaalde reeks waarden als maatstaf en het drukt de overtuiging uit dat culturele waarden kunnen worden opgelegd.

De eerste is hierboven uitgelegd: de polen (culturen) in een multipolaire wereld zijn gelijkwaardig. Wat de tweede betreft, culturen veranderen, maar extreem langzaam. Het duurt meestal enkele generaties om kleine veranderingen te zien. Het is onmogelijk om een natie van de ene op de andere dag van basiswaarde te laten wisselen. De recente Chinese geschiedenis heeft bewezen dat: de Culturele Revolutie faalde in het veranderen van de Chinese cultuur.

Afhankelijk

Een concept dat ook blijft verbazen, is de vermeende ‘afhankelijkheid’ van westerse staten of ondernemingen van China. Al in het midden van de jaren tachtig wees Michael Porter op het concurrentievoordeel van naties. Landen blinken uit in een bepaalde industrie, op basis van een combinatie van omstandigheden, en zodra een voordeel wordt bereikt, begint het als hefboomwerking te fungeren, waardoor de leidende positie wordt verlengd en vaak zelfs groeid.

Toen de Chinese economie snel begon te groeien, was iedereen in het westen blij met de nieuwe verkoopkansen voor westerse producten. Na ongeveer 2010 veranderde vreugde in afschuw, toen China het voortouw nam in steeds meer technologische gebieden. De media begonnen te schrijven dat we moeten oppassen dat we niet afhankelijk worden van China, bijvoorbeeld op het gebied van zonnepanelen. Het aantal producten dat op deze manier in de pers is gewaarschuwd, is enorm. Geen krant of netwerk wil achterblijven, maar ze willen ook graag origineel zijn, dus blijven journalisten op zoek naar steeds meer steeds verder gezochte voorbeelden, zoals bijvoorbeeld onderdelen voor windturbines.

Democratieën

Deze meervoudsvorm wordt gebruikt als synoniem voor het westerse blok, in het bijzonder West-Europa, de Anglo-Amerikaanse landen en Japan. De G7-top van 2023 in Japan werd bijvoorbeeld aangekondigd door CNN als ‘leiders van zeven van ’s werelds machtigste democratieën verzamelen zich in Japan’. Een ander CNN-rapport sprak over de ‘Groep van Zeven geavanceerde economieën’.

De Edelman Trust Barometer kondigt het feit dat het vertrouwen in de eigen regering in veel westerse landen afneemt als: ‘Vertrouwen daalt in democratieën‘, zonder de reikwijdte van die term uit te leggen, wat aangeeft dat de samenstellers geloven dat lezers weten wat met de term ‘democratieën’ bedoeld wordt. India en China zijn de grote stijgers in die statistieken, dus suggereert het rapport dat die landen geen deel uitmaken van de ‘democratieën’.

Dit is een klassiek voorbeeld van een westerse waarde die de status van een wereldwijde benchmark gekregen heeft. In een multipolaire wereld bouwen (blokken van) naties hun politiek-economische systeem de fundamenten van hun eigen culturele waarden. Zolang politiek en cultuur bij elkaar passen, is het resulterende systeem democratisch in de zin dat burgers het gevoel hebben dan zij invloed uit kunnen oefenen op hun leefomgeving.

Economie als trein

Een veel voorkomende truc om een negatief beeld van China te implanteren onder lezers/luisteraars/kijkers is het gebruik van negatieve termen bij het beschrijven van de Chinese economie. Journalisten zeggen niet meteen dat: ‘de economie is in slechte staat’, want dan moeten ze die uitspraak ook uitleggen en dat is moeilijk als het goed gaat.

In plaats daarvan is de metafoor van de rails een veelgebruikt alternatief. Je kunt vaak lezen dat China probeert ‘de economie weer op de rails te krijgen’. Dat is het moment waarop serieuze lezers zich af zouden moeten vragen: ‘Is die economie dan ontspoord?’ Inderdaad, de groei kan minder zijn dan verwacht, zoals elders in de wereld. Maar de Chinese economie is nog steeds sterk en in betere staat dan de onze. Journalisten weten dat natuurlijk ook, maar willen of mogen het blijkbaar niet schrijven.

Patroon 2: Overbodige woorden

Een andere truc is woorden, in het bijzonder bijvoeglijke naamwoorden, toe te voegen aan een tekst die niet echt nodig zijn om over te brengen wat de journalist probeert te zeggen, maar nuttig zijn om de aandacht of interpretatie van de lezer in bepaalde banen te leiden.

Ik zal een paar voorbeelden geven uit recente teksten op de homepage van CNN:

Ik ontmoette model maoïstische boer Yu Kexin en at lunch in zijn bescheiden huis.

Dit maakt deel uit van een beschrijving van het bezoek aan een plattelandsgemeente in de jaren zeventig. Maoïstisch is een westerse term die niet in China gebruikt wordt. Het heeft in feite geen betekenis, maar geeft een gevoel dat je deze persoon, of zelfs het bezoek, niet serieus moet nemen.

‘China’s model van autoritair kapitalisme als basis voor een nieuw wereldwijd systeem zou aantrekkelijk voor sommige staten kunnen zijn.’

Het bijvoeglijk naamwoord autoritair is waarschijnlijk een van de meest gebruikte woorden in deze categorie. Een soortgelijke term is draconisch; Chinese wetgeving wordt al gauw draconisch genoemd.

Patroon 3: Het weglaten van feiten

Dit patroon wordt zo vaak gebruikt, dat we ons beter tot een bepaald thema kunnen beperken. Hoewel de belangstelling voor Xinjiang nu lijkt af te nemen, zijn de berichten over wat er in die regio gebeurt nog altijd uitsluitend negatief. Of, in termen van culturele dimensies, de mening over Xinjiang in de westerse media lijkt onwrikbaar gefixeerd.

Zeer weinig van recente mediaberichten over die regio vermelden de vele investeringen van de Chinese overheid in die regio, en wanneer ze dat wel doen, wordt het meestal negatief gepresenteerd – als een middel om de culturele identiteit van de etnische minderheden te onderdrukken. Evenzo wordt de steun van veel islamitische naties voor de Chinese regering zelden gemeld en alleen op een negatieve manier (bang om financiële steun van China te verliezen, e.d.).

Het kan echter nog veel sluwer. Vorige jaar berichtte het Nederlandse acht-uur-journaal dat de conflicterende partijen in Jemen nu bereid lijken te zijn over vrede te onderhandelen. De gegeven reden was dat de landen die de strijdende partijen steunden, Saoedi-Arabië en Iran, kort daarvoor begonnen waren met het normaliseren van hun betrekkingen. Dat klopt, maar het bericht vermeldde niet dat de toenadering tussen die twee staten door Chinese bemiddeling tot stand gekomen was. Formeel is de redactie daartoe niet verplicht, maar het is een keuze dat weg te laten. De schrijvers van de tekst van dat nieuwsitem waren hiervan zeker op de hoogte.

Patroon 4: Het construeren van feiten

Dit patroon is het tegenovergestelde van patroon 3. Het gaat over het toevoegen van China in teksten die helemaal niet over China gaan, met als enig doel de natie in een negatieve context te plaatsen. In een Nederlandse krant lazen we onlangs over een voorstel om een moratorium op te leggen op de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (6 maanden), dit om goede wetgeving te ontwikkelen om misbruik te voorkomen. Dat is een mening, dus op zich geen probleem die te uiten.

Uit het niets kwam echter een korte sectie met een kop ‘China’ waarin alleen stond dat een half jaar waarschijnlijk niet genoeg was voor China om het Westen voor te blijven. Dit gedeelte had ook op een meer algemene manier kunnen worden geschreven zonder een specifiek land te vermelden. Het was duidelijk een bewuste zet van de journalist (en/of diens redacteur) om punten te scoren in China-bashing; een langlopende activiteit van dat dagblad.

Patroon 5: Institutionele steun

In de vorige secties hebben we een aantal keren laten doorschemeren dat het niet de journalisten lijken te zijn die deze keuzes maken. De systematiek wijst erop dat het structurele handelingen zijn die tot stand komen in interactie met redacteuren. Bovendien, aangezien columnisten zich ook bij verslaggevers voegen, lijken hoofdredacteuren ook hun zegje te hebben in het tot stand komen van berichtgeving over China.

Het gaat zelfs verder. Er zijn ook aanwijzingen dat, althans in sommige landen, nationale organisaties ook de manipulatie van de berichtgeving over China beïnvloeden. Hiervan bestaat een tekenende Nederlandse casus.

Toen in 2022 het Cross-Cultural Human Rights Centre (CCHRC), gevestigd in Nederland, werd ‘ontmaskerd’ als (mede) gefinancierd door China, voegden de tv-journalisten opmerkingen toe van twee academici, geïntroduceerd als experts, van wie er één als Sinoloog werd voorgesteld.

Een van de medewerkers van de CCHRC die in het nieuwsartikel bij naam genoemd werd, was ook een sinoloog. Bovendien een met bijna een halve eeuw ervaring en doctorstitels in twee vakgebieden. Echter, dit feit werd door de journalisten weggelaten. Wij lieten iemand de journalisten daarover benaderen. Zij antwoordden dat ze wisten dat die medewerker een sinoloog was, maar dat die informatie niet relevant was voor de zaak en het daarom niet in hun verslag genoemd hadden.

Dezelfde persoon benaderde daarop de Media Ombudsman in Nederland met een klacht dat de journalisten het publiek opzettelijk op het verkeerde been gezet hadden. Tot onze verbazing bevestigde zij dat de journalisten correct had gehandeld.

Hieruit kunnen we de conclusie trekken dat de hele mediawereld, journalisten, (hoofd)redacteuren, maar ook de persoon die door de nationale overheid aangesteld is als de belangrijkste toezichthouder van de media, het vervormd weergeven van feiten om een bepaald doel te bereiken geïnstitutionaliseerd hebben. In dit geval was het doel: alles wat met China te maken heeft in een negatief perspectief te plaatsen. Feiten die niet bij dat doel passen worden daarbij achterwege gelaten.

In hun voortdurende interactie over China en hoe te rapporteren over China, zijn deze individuen en instellingen, in hun universalistische culturele traditie, ooit tot een beeldvorming over China gekomen en over hoe hierover te rapporteren. Sinds dat moment volgen vrijwel alle media die ‘regels’ (rules-based world). Een van de medewerkers van de CCHRC ontving een e-mail van een journalist met de vraag waarom hij ‘verklaringen deed over China die niet in overeenstemming waren met de ‘algemene kijk‘ over China.’ Deze formulering is een perfect voorbeeld van extremistisch universalistisch denken. Hierbij vergeten mensen dat er altijd ook een andere kant van de zaak is. In dit geval is het extra spijtig, aangezien het nu juist de taak van de journalisten is in hun rapportages verschillende opvattingen over de zaak te noemen.

Bron: dit artikel verscheen onlangs in het Engels op de site van de Transnational Foundation for Peace & Future Research.

De meningen in dit artikel zijn van de auteur zelf en worden niet per se door de hele redactie gedeeld.